Belfast – Derry – Belfast

Het moest er weer van komen; de jaarlijkse trip naar een plek met lauw bier, kliffen en puffins, en dit jaar viel Noord Ierland de eer te beurt om ons te mogen verwelkomen.

Nadat we via de meest afgelegen (en kwalijk riekend; echt het afvoerputje) ruimte op Schiphol EasyJet boardden hadden we een voorspoedige vlucht naar Belfast International. Met de pendelbus naar de stad en toen stonden we zomaar recht tegenover het Days Hotel dat we thuis al hadden geboekt. Je snapt; voordat we onze kamersleutel in handen hadden was het eerste glas Guinness al voor onze glunderende neusjes gezet! Meteen de stad verkend en al lopende kwamen we uit bij het Titanic-ervarium. Het onfortuinlijke schip was net 100 jaar geleden gezonken, en dat wordt groots gevierd. Rare jongens, die Noordieren! ‘s Avonds wat rondgedoold op zoek naar een fijne Indiaan, uiteindelijk in de mooiste pub van Belfast terechtgekomen, The Crown Bar. En niet voor een colaatje! Boven heerlijk gegeten, beneden nog lang aan het bier gezeten.

Na het eerste Irish Breakfast van de week vertrokken we per trein naar Coleraine om daar de bus naar Bushmills te pakken. Helaas schonk het café geen koffie, een Guinness vóór twaalfen ging er ook goed in! In Bushmills leverde het eerste B&B-adres niets op, maar we werden door de dames van een lunchroom op het goede spoor gezet en al snel zaten we gebeiteld. Voor 1 nacht want vanwege het Irish Open golftoernooi zat alles tot in de verre omtrek volgeboekt. Gelukkig wist de landlady een goed adresje en wilde ze onze spulletjes wel wegbrengen, dus dat kwam weer helemaal goed.

De rondleiding door de Bushmills-destilleerderij viel vies tegen; behalve de leuke gidsin was er niets te zien en mocht je nergens aanzitten (helaas aan haar leuke lijf ook geen polonaise) en foto’s maken mocht ook niet. Nou ja, ze hadden het slappe seizoen, de whiskey-makerij lag stil, dus echt niets van belang te zien (waarom dan zo geheimzinnig??). Na het gratis glaasje en troostflesje vertrokken we weer. De meest saaie rondleiding ever!
Gelukkig konden we nog wat geocachen, en zijn we even naar de Giant’s Causeway gelopen.

De volgende dag was het maar een paar uurtjes lopen naar Ballycastle, over een weergaloos kustpad dat hoog over de kliffen voerde, later een stuk over het strand (waar een aantal koeien zichzelf aan het uitlaten was), en jammergenoeg een stukje over de doorgaande weg omdat het pad nog niet af was. Eindelijk… Ballycastle alwaar we in het plaatselijk Castle Hostel 2 nachtjes mochten vertoeven. Ook hier gelukkig weer een fijne eet- en drinkzaak gevonden; de Central Wine Bar. Beetje trendy, gezellige dames achter de bar en in de bediening. Niets mis mee!

De volgende ochtend met de vroege boot naar Rathlin Island voor de broodnodige puffins. Het veerbootje was echt allerschattigst; een pont waar 2 auto’s en ongeveer 20 mensen op pasten! Op het eiland werden we verwelkomd door de Puffin Bus met een echte cabaretier als buschauffeur, die ons naar het RSPB-bezoekerscentrum bracht. Boven werden de verrekijkers en telescopen al snel klaargezet. Op de vogelrots krioelde het van de zeevogels; en dus ook de Papegaaienduikers! Nadat we alle gevleugelde vriendjes uitgebreid hebben bewonderd zette de bus ons weer af in het plaatsje bij een baai waar een paar enorme zeehonden lagen te dobberen. Tijd voor bier! De middagboot terug, eindelijk in de zon! ‘s Avonds na ampel beraad via Twitter en de hostelbaas maakten we ons plan voor de komende dagen; òp naar Derry!

Na het ontbijt de rugzakken weer op de ruggen gehesen, en met de bus naar Coleraine  om aldaar het treintje weer op te pikken. Dit ritje was echt prachtig; net voorbij Castlerock ging het dieseltje een heel stuk vlak langs zee, en algauw kwam Derry in zicht. We hadden hier geen accomodatie maar dat zou toch geen probleem….een dik uur hebben we bij de Tourist’s Office gestaan en toen hadden we 2 B&B’s bemachtigd. Er bleek van alles te doen te zijn in de stad. Helemaal fijn, maar dat er dan ook zoveel mensen moesten blijven slapen.. da’s wat minder!

De taxi-chauffeur reed ons graag doorheen de wijk met alle muurschilderingen die de herinnering aan ‘The Troubles’ warm moeten houden. Kóud kreeg ik het ervan! In de stad bleek het groot feest te zijn; de North Atlantic Fiddle Convention was neergestreken in Derry waardoor er in iedere kroeg een aangenaam gezelschap varierend van muziekschoolleeftijd tot krasse grijsaard de Ierse traditionals met verve stond te brengen. Tja, daar kun je niet met een glaasje spa naar kijken natuurlijk! Verder legden er in de haven allerlei klippers aan; Derry was ook één van de uitverkoren plaatsen om tijdens de Clipper Round the World trip om de wereld aan te leggen.

De tweede dag in Derry hebben we (volgens mij met een snorder)een rondleiding doorheen Derry gedaan waarbij de tijden van Bloody Sunday werden belicht en van commentaar werden voorzien. Na de rondleiding en toen het ook wat droger werd zijn we teruggeweest om de muurschilderingen te fotograferen. De toch ietwat grimmige sfeer werd later nog wat duidelijker toen we geheel per ongeluk een Engels-gezind woonwijkje aan de Ierse kant binnenliepen. Hoge muren met prikkeldraad, bewakingscamera’s, weinig aan de verbeelding overlatende grafitti. Brrr.

De laatste dag, met de trein terug naar Belfast, weer naar hetzelfde hotel. Waar we eerst in het zonnetje hadden gezeten, kwam er even later een Oranjemars voorbij; strenge mannen met bolhoeden en oranje sjerpen, bewaakt door wat oproerpolitie. Dit maakte het beeld wel compleet!

De vlucht terug was wat hectisch. De rijen voor de bagage-dropoff en die voor ouderwets inchecken liepen door elkaar, waardoor we op een holletje het vliegtuig inmoesten. Wàt een leuke trip, benieuwd naar volgend jaar!

Tagged: Tags

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.