www.ywema.com
Help

Fogelsangh State

foto voorkant Fogelsangh State
In het hart van het voor Friesland uitzonderlijke brinkdorp Veenklooster staat het buiten Fogelsangh State, temidden van uitgestrekte bossen.
De plaatsnaam verraadt al, dat het dorp zijn ontstaan te danken heeft aan de vestiging van een klooster, en wel het praemonstratenser dubbelklooster "de Olijfberg" of "Mons Oliveta". Het eerste klooster in Friesland van deze uit Prémontré afkomstige orde werd in 1163 nabij Hallum gesticht door Abt Frederik: Mariengaarde. De Olijfberg was een dochterklooster van dat te Dokkum. Na enige tijd werd het naast elkaar wonen van monniken en nonnen te Veenklooster als een bezwaar ondervonden. Zij waren namelijk slechts gescheiden door een muur, en wat vermag een muur - vraagt een der geschiedschrijvers zich af - waar de liefde binnendringt? De monniken verhuisden toen naar het "Monckehuys, behorende aan 't convent Feenclooster" onder Westergeest, en de Olijfberg bleef klooster voor adellijke jonkvrouwen. De nog bestaande Mûntsewei, een der mooie eikenlanen in de omgeving van het landgoed, bleef de verbinding tussen beide kloosters onderhouden.
foto achterkant Fogelsangh State

Het juiste stichtingsjaar van het klooster is niet bekend, wel weten we, dat het geteisterd werd bij de stormvloed in de Sint Barbaranacht (14 december) van 1287, toen de dijken van de Lauwerszee doorbraken. Wellicht zijn toen vele nonnen verdronken; in elk geval bleken drie jaar later nog slechts twintig personen in het klooster te leven. Twee eeuwen later, in 1480, komt de Olijfberg in opspraak en daardoor in het nieuws, als de proost, Heer Egbert, zich schuldig maakt aan de roof van vijf jonkvrouwen uit het klooster Cuesmar in het Groninger Westerkwartier, die hij niet goedschiks weer afstond. Na hel doordringen van de Hervorming in Friesland werden de kloosters geseculariseerd en vervielen de goederen aan de Provincie (1580), die dit domein aanvankelijk verhuurde.

Voor de Olijfberg brak een nieuwe tijd aan, toen de Staten van Friesland het voormalige klooster in 1644 verkochten aan Sjouck van Fogelsangh. Waarschijnlijk zal zij niet het gehele domein gekocht hebben, dat in de kloostertijd mede door schenkingen en legaten aangegroeid was tot 700 pondemaat (250 bunder).
Sjouck van Fogelsangh was in 1644 weduwe van Jacob Pybes van Doma († 1623). Haar vader was Dirck van Fogelsangh, uit een geslacht dat reeds in de 15e eeuw op Hania State te Oosterwierum woonde. Na de dood van Sjouck in 1652 kwam de eigendom van Fogelsangh Slate aan haar beide zonen: Dirck, zich naar zijn moeder noemende Van Fogelsangh en Pibo van Doma.
portret van Pibo van Doma, geschilderd door Pieter Nason, 1667 Dirck was secretaris van Franekeradeel en schijnt zich des zomers op het huis in Veenklooster gevestigd te hebben. Sedert 1659 werd het huis enkele jaren bewoond door zijn zoon Hilarius of Hylcke, gehuwd met Rijcktje van Rosema, bij wie deze een dochter Jetske Rosema van Fogelsangh had. Hylcke werd in 1673 secretaris van Kollumerland en was toen reeds omstreeks tien jaar woonachtig te Kollum. Jetske Rosema van Fogelsangh huwde in 1677 te Kollum Wiardus Siccama, die in 1683 zijn schoonvader opvolgde als secretaris van Kollumerland. Door dit huwelijk ontstond de band tussen de bewoners van Fogelsangh State en de Siccama's, later Hora Siccama's. Jetske en haar echtgenoot woonden, evenals haar vader, te Kollum en niet op Fogelsangh State. Toen namelijk Dirck van Fogelsangh in 1663 overleed, verkochten zijn erven "de halve groote plaats, Fogelsangh genaamd, te Feenclooster".

Pibo van Doma echter begon op grond van zijn recht van naasting wegens bloedverwantschap een procedure, die hem in 1666 eigenaar maakte van het geheel der "zathe, state en landen Veenklooster genaamd, behoorende onder Oudwoude, groot ongeveer 158 pdm., mitsgaders de groote nieuwe huizinge, toren, wijnhuis, put, poort, twee hovingen, bleekveld en gracht mitsgaders de meijershuizinge, schuur, hovinge en kooi, ieder pondemate van 118 G.gld. De huizingen hieronder begrepen en dus tezamen voor f 26101,60".
Uit de omschrijving "nieuwe huizing" zou men kunnen opmaken, dat het gebouw met drie trapgevels, dat op de plattegrond van 1668 binnen de omgrachting staat aangegeven gesticht is door Dirck van Fogelsangh en dus niet meer het hoofdgebouw van de voormalige kloostergebouwen is. Bij gebrek aan gegevens tasten wij echter hieromtrent in het duister. De "toren" zien wij ook nog afgebeeld op een tekening van Stellingwerf uit 1723, als het huis in een tamelijk vervallen staat lijkt te verkeren.
Tussen laatstgenoemd jaar en 1734 blijkt een volkomen nieuwbouw, althans van een façade, te hebben plaatsgevonden en heeft het huis het aanzien gekregen, dat het in grote trekken nu nog heeft, al zou de gevel nog twee maal verbouwd worden. Ook de toestand van 1734 kennen wij uit een plattegrond, die in dat jaar gemaakt werd: Het is niet zeker, dat Pibo van Doma tussen 1666 en zijn dood in 1675 op Fogelsangh State heeft gewoond, daar als zijn woonplaats wordt opgegeven Tadema State onder Kollum.
Pibo's dochter Catharina erfde het landgoed, dat zij bewoonde met haar echtgenoot Petrus van Rosema, naar wien het wel Rosema State genoemd werd. Hun zoon Jacob van Rosema schijnt erfgenaam te zijn geweest daar hij vermeld wordt als "heerschap op Vogelsanghstate te Veenklooster.
Hij overleed daar in 1721, blijkbaar kinderloos, want hij liet de State na aan een achternicht Anna van Scheltinga, gehuwd met Johannes van Glinstra, grietman van Tietjerksteradeel. Hij stierf in 1714, Anna in 1728. Fogelsangh State vererft dan op haar dochter Wija Catharina, die in 1730 in het huwelijk treedt met Willem Hendrik van Heemstra, van 1743-1775 grietman van Kollumerland. Hun zoon Hector Livius, geboren in 1740, erfde in 1775. Hij was gehuwd niet Lucia Catharina van Scheltinga, bij wie hem in 1767 een dochter Cecilia Johanna geboren werd. Cecilia Johanna is in de roerige tijd der revolutie en Franse overheersing lange jaren in een proces verwikkeld geweest wegens vermeende trouwbeloften, zodat zij aanvankelijk niet in het huwelijk kon treden met Willem Anne van Haren, zoon van Onno Zwier van Haren. Zij woonden enige lijd in ballingschap te Emden. Fogelsangh State werd inmiddels sedert 1810 bewoond door Cecilia's volle neef Willem Hendrik van Heemstra. Deze had in 1797 tijdens een nachtelijke vlucht met zijn vader Oenkerk verlaten en zich enkele dagen schuil gehouden bij de familie Van Idsinga te Roderwolde, waar hij haar ontmoette, die "bestemd bleek om zijn geluk te vestigen": Johanna Balthazarina van ldsinga, met wie hij in 1803 in het huwelijk trad. Van Heemstra begaf zich eerst naar Fulda, ging later in Engelse dienst, maar keerde in 1803 weer in het vaderland terug, waar hij in 1809 maire van Oudwoude werd. In 1813 formeerde hij een Fries bataljon, waarmee hij het beleg voor Coevorden sloeg. Tot 1818 bleef hij in militaire dienst; daarna werd hij grietman van Kollumerland. Fogelsangh State echter werd in 1825 metterwoon betrokken door Cecilia Johanna en Willem van Haren, die daar in 1835 overleed. Cecilia, die een jaar later stierf, legateerde de buitenplaats aan haar achterneef Hector Livius baron van Heemstra, wiens ouders Age Tjepcke Ruurd Sixma baron van Heemstra (1801-1862) en Anna Adriana Cornelia van Halteren (1801-1874) een tijdlang de state bewoonden. Hector Livius, geboren te Dronrijp in 1828, was een reislustig man. In 1851/52 maakte hij met zijn vriend, de geoloog Dr. E. M. Beima, een avontuurlijke reis van zeven maanden naar Griekenland, Turkije, Palestina en Egypte. Van deze reis schreef hij een levendig verslag in brieven. Op een van zijn tochten te paard, door Duitsland, overkwam hem een ongeluk, waardoor hij enkele maanden verpleegd moest worden. Hij werd gastvrij opgenomen ten huize van zijn latere schoonvader, Dr. Engelken te Bremen. Na zijn herstel huwde Hector Livius in 1863 met diens dochter Henriëtte Wilhelmina Adeline. Zij kregen vier dochters, van wie de oudste en de jongste vroeg overleden. De tweede dochter, Hermance Adeline Livia, huwde Mr. M. B. R. Van Welderen baron Rengers, de derde dochter huwde Mr. M. P. D. Baron Harinxma thoe Slooten. Hector Livius was jagermeester en kamerheer i.b.d. van de Koning. Tweemaal ontving in zijn tijd de state officieel bezoek van Willem III, namelijk in 1851 en 1873. Ter gelegenheid van het bezoek van 1873, waarbij de lunch gebruikt werd op Fogelsangh State, werd de gehele voorgevel gemoderniseerd en gepleisterd en werd ook het interieur op vele plaatsen aangepast aan de smaak van de tijd. Onder andere de eetzaal en de tuinzaal kregen toen hun tegenwoordige vorm. De "gezichtslaan" achter het huis werd toen verhard en kreeg de naam Koningsweg. Bij de dood van Hector Livius in 1909 erfde zijn oudste dochter Fogelsangh State, dat zij in 1938 vermaakte aan haar neef Mr. B. Ph. Baron van Harinxma thoe Slooten, wiens erven het nog bezitten.
Familiewapen Fogelsangh

Eigenaren van Fogelsangh State

    Sjouck van Fogelsangh 1644-1652

    Dirck van Fogelsangh en Pibo van Doma 1652-1663

    Pibo van Doma 1666-1675

    Catharina van Doma, gehuwd met Petrus van Rosema 1675- ?

    Jacob van Rosema ? -1721

    Anna van Scheltinga, gehuwd met Johannes van Glinstra 1721-1728

    Wija Catharina van Glinstra, gehuwd met Willem Hendrik Van Heemstra 1728-1762

    Willem Hendrik van Heemstra 1762-1775

    Hector Livius van Heemstra 1775-1783

    Cecilia Johanna van Heemstra 1783-1836

    Hector Livius baron van Heemstra 1836-1909

    Hermance Adeline Livia barones van Heemstra, gehuwd met Mr. Willem Bernard Reinier van Welderen baron Rengers 1909-1938

    Mr. Binnert Philip baron van Harinxma thee Slooten 1938-1969

    Kyra Livia barones van Harinxma thoe Slooten, gehuwd met Mr. Charles Alfred Frédéric Hubert Joseph Marie graaf De Marchant et d'Ansembourg 1969-heden



Familiewapen Hora Siccama De Siccama's
De Siccama's zijn sedert lang van betekenis geweest in de Friese landen, waar zij ver sterkte huizen bewoonden. De eersten van dit geslacht, die vermeld worden zijn Yo en Harco Siccama, die in 1366 met andere bezitters van "praedia el castra (borgen) in Humsterland een verbond sloten met de stad Groningen. De geregelde stamreeks vangt aan met Harco Siccama, vermeld van 1457 tot 1482 die naar Friesland trok. Hij woond eerst op Siccamahuis bij Niehove in Humsterland later op Siccamastate bij Augustinusga, in Achtkarspelen. Wij geven hier een beknopt overzicht van de telgen van dit geslacht, die voor ons van belang zijn in verband met een aantal portretten op Fogelsangh State.

    Harco Siccama, op Siccamahuis bij Niehove in Humsterland 1457, op Siccamastate bij Augustinusga in Achtkarspelen 1432; tr. N.N.

    Atte Siccama, op Siccamastate bij Augustinusga 1511; tr. N.N.

    Ritscke Siccama, grondeigenaar en Kerkvoogd te Surhuizum in Achtkarspelen, vermeld 1511-'43, tr. N.N.

    Wyt Siccama, grondeigenaar te Surhuizum, vermeld 1543-'76; tr. N.N.

    Eeltze Siccama, geb. Tussen 1550 en '60, grondeigenaar en richter te Surhuizum, assessor van Achtkarspelen, † 1621; tr. Emme Pietersdr.; † 2 februari 1630.

    Wyt Siccama, hoveling te Doesum, grietman van Westerdeel Langewold (± 1586-1632). Tr. ± 1614 Tjaeuckje Iwema (± 1599- 1639), dr. Van Harco en Asse Bockema.

    Harco Siccama, hoveling te Zuidhorn en in Humsterland (1615-1667). Tr. Ie 1633 Sybrich Iwema (1614-1637), dr. van Driewes en Foockel Jansen; tr. 2e 1641 haar nicht Sieucke Iwema (1624-1678), dr. van Harmen en Antje Halsema.

    Wiardus Siccama, heer van Klinckema (1648-1691), grietman van Vredewold en secretaris van Kollumerland. Tr. 1677 Jetscke Rosema van Fogelsangh (1659-1738), dr. van Hylcke van Fogelsangh en Ryckje Rosema. Hij ontving van zijn vader de Klinckema borg te Zuidhorn als huwelijksgift. Hij verwisselde zijn wapen van drie klaverbladen voor dat van Klinckema (hazewindhond).

    Harco Hilarius (Hylcke) Siccama, heer van Klinckema (1684-1736), o.m. hoveling in Ooster- en Westerdeel Langewold, lid Staten-Gen., lid Ged. Staten en (gecomm. ter Admiraliteit te Harlingen en te Amsterdam. Tr. 1711 Rolina Maria Wolthers (1693-1752), dr. van Harmen en Anna Emmius.

    Wiardus Siccama, heer van Klinckema (1713- 1797), acht maal burgemeester en raad van Groningen, en o.m. Lid Staten-Gen., lid Ged. Staten en gecomm. Ter Admiraliteit te Harlingen en te Amsterdam. Tr. 1737 Anna Catharina Hora (1718-1738), dr. van Mr. Johan, heer van Ennema en Catharina Wolthers.

    Johan Hora Siccama, heer van Klinckema en Ennemaborgh (1738-1812), o.m. Raadsheer te Groningen, lid Staten Gen., voorzitter der Nationale Vergadering te 's- Gravenhage Tr. 1761 Egberta Louisa Beckeringh (1740-1810), dr. van Mr. Wilhelmus en Egberta Louisa Piccardt. Uit dit huwelijk elf kinderen, o.w.

      Jhr. Mr. Willem Hora Siccama (1763-1844), zie: tak van Harkstede.

      Jhr. Harco Hilarius Hora Siccama (1770-1827), Schout bij Nacht. Tr. 1801 Aurelia Carolina Falck (1779-1852), dr. van Ofte Willem en Engela Apollonia Berg.

      Wiardus Hora Siccama (1775-1849), zie: tak Rengers Hora Siccama.

      Jhr. Johan Hora Siccama heer van Slochteren, Kolham, Foxham en half Schildwolde (1778-1829), lid van de Tweede Kamer der Staten-Gen., lid van Ged. Staten van Groningen. Tr. 1810 Hermanna Louisa Christina de Sandra Veldtman, vrouwe van Slochteren, Foxham, Kolham en half Schildwolde (1789-1847), dr. van Hendrik, heer van Slochteren enz. En Aldegonda Christina Wolthers. Zij hertrouwde 1831 Jhr. Wiardus Hora Sicama.


Tak van Harkstede

    Jhr. Mr. Willem Hora Siccama (1763-1844), o.a. maire en burgemeester van Groningen. Tr. 1786 Johanna Christina Eytelwein (1762-1837), dr. van Johann Franz en Christina Louisa Martens. Uit dit huwelijk:

    Jhr. Mr. Johan Hora Siccarna van de Harkstede, heer van de beide Harksteden, Siddeburen en Oosterwolde (1787-1880). Tr. 1810 Genoveva Maria Rengers (1789-1859), dr. van Duco Gerrold, heer van Farmsum en ten Post en Jeannette Gabrielle van Lintelo tot de Marsch. Uit dit huwelijk o.a.:

    Jhr. Duco Gerrold Hora Siccarna van de Harkstede, heer van de Harkstede (1819-1891), kapitein der Genie. Tr. 1. 1843 Elisabeth Dodonea barones van Haersolte (1817-1845), dr. van Baron Mr. Coenraad Willem Anthony, heer van den Doorn, Haerst en Zuthem en Jkvr. Louise Christine Egbertine Françoise Hora Siccarna. Tr. 2. 1847 Wilhelmina Barbara Copes van Hasselt (1817- 1899), dr. van Mr. Conraad Jacob Gerbrand en Jkvr. Wilhelmina Anna .Janssens. Uit het tweede huwelijk o.a.:

    Jhr. Johan Hora Siccarna van de Harkstede (1853-1928). Ontvanger der Directe Belastingen, lid van de Ridderschap van Utrecht. Tr. 1880 Anna Catharina Sickenga (1853- 1934), dr. van Jacob en Alida Hoekstra. Uit dit huwelijk o.a.:

    Jhr. Duco Gerrold Hora Siccama van de Harkstede (1885-1978). Landeconoom en grondbezitter in Schotland.


Tak Rengers Hora Siccama

    Mr. Wiardus Hora Siccama, heer van Farmsum, Ten Post en Oosterbroek (1775-1849) Notaris te Hoogezand. Tr. 1. 1798 Odilia Aurelia Rengers (1779-1805), dr. van- Duce Gerrold, heer van Farmsum enz. En Jeannette Gabrielle van Lintelo tot de Marsch Tr. 2. 1809 Anna Maria Catharina Modderman (1788-1841), dr. van Mr. Tonco en Antonia Forsten.
    Uit het eerste huwelijk:

    Mr. Duco Gerrold Rengers Hora Siccama (1799-1854). Tr. 1836 Anna Helena Catharin Dorothea barones van Haersolte (1808-1856), dr. van baron Mr. Coenraad Willem Anthony, heer van den Doorn, Haerst en Zuthem en Jkvr. Louise Christine Egbertine Françoise Hora Siccama. Uit dit huwelijk o.a.:

    Jhr. Willem Adolf Werner Rengers Hora Siccama (1849-1907). Tr. 1872 Alida Cornelis Verkuyl (1849-1931), dr. van Guillaume Jacques en Geertruida Elisabeth van Dam van Isselt. Uit dit huwelijk:

    Jhr. Duco Gerrold Rengers Hora Siccama (1876-1962). Hoogleraar Rechtsgeleerde Faculteit Utrecht. Tr. Ie 1915 (echtscheiding 1930) Maria Dora Elfriede Nielbeck (geb. 1891) dr. van Konrad en Maria Reuter; tr. 2e 1932 Jacqueline Adrienne Justine barones van Nagell (1882-1977), dr. van baron Mr. Assueer Jacob, heer van de beide Ampsen en Maria Christina Catharina van Eck.

bron: Fogelsangh State, uithof van het Fries Museum, Leeuwarden 1980.